Volver a la vista general

Una pareja gay agredió a unos chicos tras años de acoso

Jos en Theo hebben 38 jaar een relatie met elkaar. Sinds beiden niet meer werken en veel thuis zijn, voelen ze zich mikpunt van aanhoudende pesterijen in het zeshonderd zielen tellende dorp. Scheldpartijen, vernielingen, achtervolgingen; en dat allemaal vanwege hun seksuele geaardheid. Het gepest kreeg voor de twee onacceptabele vormen in de winter van 2005. Harde sneeuwballen vlogen tegen de ruiten. ‘Vuile flikker’, riepen de jongeren die wegrenden, vertelt Theo.

Hij liet het er niet bij zitten. Dezelfde dag wachtte hij verborgen achter zijn auto één van de jongens op met een stofzuigerstang. Tot geweld kwam het volgens Theo niet; de buis werd hem afgepakt, zegt hij.

Het paar heeft bij politie twee keer melding gemaakt van het gooien van eieren, bierflessen en sneeuwballen, maar ze hebben geleerd voor zichzelf op te komen. ‘Want van de politie moet je het niet hebben’. Dat ondervonden ze al in hun vorige woonplaats, Arnhem, waar ze naar eigen zeggen ook stelselmatig werden uitgejouwd. Tot Theo ‘een rotjong een klap’ gaf, hetgeen hem op een geldboete kwam te staan.

Theo: ‘Hier bedekt de politie het gepest met de mantel der liefde. De ene jongen heeft gescheiden ouders, de andere een moeder die borstkanker heeft gehad. Wij moeten voor iedereen begrip hebben, maar wie komt er voor ons op?’ Jos: ‘Als je tegenwoordig ‘homo’ roept naar de politie, krijg je een geldboete. Maar ons mogen ze ongestraft voor van alles uitmaken’.

Vorige zomer waren ze het gepest zo beu, dat ze in een impuls op een incident reageerden. Theo was overstuur thuisgekomen omdat hij op straat was nageroepen door een jongen, die daar volgens hem een handje van had. Bij Jos knapte er toen iets. Hij stapte in zijn auto en Theo ging met een stok naast hem zitten. ‘Een kleine stok’, relativeert Theo, die het bewuste stuk hout van de papegaaienkooi toont.

Gestuurd door adrenaline en frustratie reden ze even verderop de bewuste jongen aan die er met een 17-jarige vriend fietste. Beiden raakten gewond. ‘Dat ik toen in de cel belandde, waar ik door alle toestanden een hartinfarct kreeg, vind ik niet meer dan normaal’, zegt Jos, die poging tot doodslag dan wel zware mishandeling ten laste is gelegd. ‘De rechter zal hier over moeten oordelen. Maar veel mensen weten niet wat er allemaal aan vooraf is gegaan’ .

Toen Jos gas gaf, hadden hij en zijn van medeplichtigheid verdachte partner veel meegemaakt, zeggen ze. ‘Plantenbakken in de voortuin worden omgegooid, beelden bij het huis vernield. Sta ik onkruid te wieden, wordt er geroepen: ‘Daar wonen die vieze homo’s’.

De twee verhalen van allerhande scheldpartijen, in het dorp en ook in Doetinchem, waar ze boodschappen deden en dorpsjongeren tegenkwamen. Jos: ‘Er was een tijd dat we in weekeinden, als de jeugd gaat stappen, niet voor drie uur ‘s nachts naar bed durfden’. Ze hebben intussen, zo telt Theo, zeven ouders in Laag-Keppel aangesproken op het gedrag van hun kroost. Die reageerden wisselend: begripvol of afwerend.

De 19-jarige jongen die door de auto van het tweetal werd geschept, ontkent dat hij de twee homoseksuelen ooit vanwege hun geaardheid heeft uitgescholden. ‘Ik heb wel sneeuwballen tegen hun huis gegooid, maar dat deden we in de hele straat’, zegt hij. ‘Dat was helemaal niet speciaal tegen hen gericht’.

De jongen, die niet met zijn naam in de krant wil, zegt dat hij aan het ongeval een gescheurde spier en vleeswonden overhield. ‘Het was een hele akelige ervaring om zo uit het niets van achteren te worden aangereden’.

Para más información, consulte nuestro dossier Seguridad y discriminación.