Volver a la vista general

A los niños de familias rosas les va "bien" en la escuela

Het onderzoek is uitgevoerd door socioloog

Michael J. Rosenfeld

en is gepubliceerd in het wetenschappelijke blad Demography_. De onderzoeksresultaten werden al wel door de advocaten Boies en Olson in de rechtszaak in Californië gebruikt als bewijsmateriaal tegen het grondwettelijk verbod van het huwelijk van paren van gelijk geslacht.

Door gebruik te maken van de gegevens uit de volkstelling van 2000 kon Rosenfeld onderzoeken hoe de schoolontwikkeling is van kinderen uit allerlei gezinsvormen. Op grond van deze gegevens blijkt dat 7 procent van de kinderen uit hetero-gezinnen een klas moeten overdoen. Voor kinderen uit roze gezinnen is dat 9.5 procent.

Dat percentage is hoger, maar dat verschil verdwijnt als naar andere variabelen gekeken wordt. Dan blijkt namelijk dat hetero-gezinnen gemiddeld hoger opgeleid en rijker zijn dan roze gezinnen.

‘De gegevens uit het bevolkingsonderzoek tonen aan dat het voor schoolgaande kinderen niet nadelig is om ouders van hetzelfde geslacht te hebben’, zegt Rosenfeld. ‘Het gezinsinkomen en het opleidingsniveau van de ouders blijken de voornaamste indicatoren voor het succes op school van de kinderen. Gezinssamenstelling speelt nauwelijks een rol’.

Wat ook blijkt uit het onderzoek is dat kinderen in een tehuis of een andere vorm van gezinsvervangende opvang opgroeien in afwachting van adoptie of plaatsing in een pleeggezin het veel slechter doen dan kinderen die wel in gezinsverband worden groot gebracht.

‘Een fundamenteel thema dat nu in het gezinsrecht speelt, is de vraag of paren van gelijk geslacht mogen adopteren’, zegt Rosenfeld. ‘Mijn onderzoek toont aan het voor kinderen altijd een groot voordeel oplevert als zij in een gezin kunnen opgroeien, ook als dat niet het traditionele gezin met moeder en vader is’. Dat is volgens Rosenfeld een belangrijk inzicht, omdat vrijwel alle onderzoeken aantonen dat schooluitval een de belangrijkste oorzaak is voor latere ontsporingen van opgroeiende kinderen.

Omdat roze gezinnen maar een klein deel van de bevolking vormen – zo’n 1 procent – is het moeilijk voor onderzoekers om representatieve studies te doen naar de schoolprestaties van kinderen die in deze gezinnen opgroeien. Oudere studies zijn daarom vaak door tegenstanders van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht bekritiseerd en terzijde geschoven.

‘_Sample size is power_’, zegt Rosenfeld. ‘En de volkstelling is _the biggest sample die er is! Deze studie is gebaseerd op gegevens van duizenden kinderen’.

Rosenfeld realiseert zich dat zijn onderzoek de opvattingen van veel mensen die tegen het huwelijk van paren van gelijk geslacht zijn niet zal veranderen. Maar hij heeft wel belangrijke nieuwe feiten gepresenteerd die tal van veronderstellingen en vooroordelen over het opgroeien van kinderen in roze gezinnen weerleggen.

‘Sociale wetenschappers hebben de plicht om inzicht te geven over belangrijke publieke kwesties’, vindt Rosenfeld. ‘Soms moeten we toegeven dat we iets gewoon niet kunnen weten, maar in dit geval kunnen we harde gegevens aandragen over een onderwerp dat tot nu toe nog in het duister was’.

Zie in _Demography_:

Michael J. Rosenberg – Nontraditional Families and Childhood Progress Trough School