Volver a la vista general

Alegato a favor de la inclusión de la diversidad sexual en los objetivos básicos de la educación

In de brief wijzen de organisaties op de in 2009 én 2011 aangenomen motie-Pechtold waarin gevraagd wordt de kerndoelen 38 voor het primair onderwijs en 43 voor het voortgezet te moderniseren waardoor in het primair en voortgezet onderwijs aandacht moet worden besteed aan seksualiteit en seksuele diversiteit.

Precies de motie die minister Van Bijsterveldt naast zich neerlegd en waar het COC voorstander van is omdat daarmee op alle scholen ook verplicht LHBT-voorlichting gegeven dient te worden.

Volgens de maatschappelijke organisaties kunnen de genoemde kerndoelen ‘niet gerealiseerd worden zonder ook aandacht te besteden aan seksuele voorlichting’.

_Kinderen worden immers veel meer dan vroeger dagelijks geconfronteerd met seksualiteit en zijn eerder seksueel actief. Seksuele opvoeding in de thuissituatie is niet voor ieder kind vanzelfsprekend. Scholen hebben een grote vrijheid om seksualiteit en seksuele weerbaarheid bespreekbaar te maken. De handelingsverlegenheid op scholen is groot en er zijn grote verschillen in de aanpak en intensiteit van de voorlichting. In de nieuwe gezondheidsnota van het ministerie van VWS ‘Gezondheid dichtbij’ wordt gewezen op het belang van een seksueel gezonde leefstijl’._

De organisaties wijzen erop dat in de Gezondheidsnota uitdrukkelijk verwezem wordt naar de rol van het onderwijs om seksuele gezondheid en seksuele weerbaarheid te bevorderen.

_Voor een gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen is aandacht voor seksuele weerbaarheid en acceptatie van seksuele diversiteit, homoseksualiteit en transgenders cruciaal, daarnaast zou er ook aandacht moeten zijn voor de positieve aspecten van seksualiteit en veilig vrijen. Educatie over seksualiteit en seksuele diversiteit kan bijdragen aan een veilig leerklimaat in het onderwijs._

Volgens de organsaties houden de minister dan ook voor dat ‘aanscherping van de kerndoelen betekent geen uitbreiding van de maatschappelijke taak van scholen, maar draagt bij aan een correcte invulling van die taak’.

_Voor kinderen is school de belangrijkste informatiebron. Meer aandacht voor seksuele vorming in het onderwijs levert een flinke gezondheidswinst op omdat het onveilig seksueel gedrag tegen gaat. Door seksuele vorming al op jonge leeftijd in het onderwijs aan te bieden, geef je kinderen een goede basis mee en leren zij wensen en grenzen aangeven. Daar hebben zij – en de maatschappij – een leven lang profijt van. Seksuele vorming draagt bij aan seksueel gezond gedrag._

Bovendien wijzen de organisaties er op dat dit alles ook bijdraagt aan minder uitval in onderwijs, minder gedoe in de klas en betere onderwijsprestaties.

Daarnaast heeft de school ook ‘een belangrijke pedagogische en educatieve taak’ om kinderen vanaf jonge leeftijd ‘waarden en normen bij te brengen die bijdragen aan wederzijds respect ongeacht seksuele voorkeur’.

Dat is volgens de organisaties nodig omdat zes op de tien kinderen geen voorlichting over homoseksualiteit op school krijgt en uit onderzoek blijkt dat het voorgezet onderwijs geen veilige plek voor jonge homo- en biseksuelen is.

_Structurele aandacht voor seksuele diversiteit in het onderwijs kan bijdragen aan een veilig onderwijsklimaat en betere onderwijsprestaties._

Afrondend stellen de organisaties:

_Een leeromgeving waarin iedere leerling zichzelf kan zijn ongeacht haar of zijn seksuele voorkeur of genderidentiteit, biedt ruimte voor talentontwikkeling. De aanpassing in de kerndoelen is noodzakelijk gezien de pedagogische en educatieve taak van het onderwijs. Goed burgerschap wordt hiermee bevorderd. Een rol die niet alleen door ouders maar samen met de school gedragen kan worden. Alleen explicitering van de kerndoelen op het punt van seksualiteit en seksuele diversiteit biedt garanties voor een structurele aanpak._

De brief is ondertekend door directeur Dianda Veldman van Rutgers WPF – mede namens: CHOICE for youth and sexuality, EduDivers, MOVISIE, Partnership Aanpak seksueel geweld, Schorer, Soa Aids Nederland en Stichting PANN. Bij het Partnership zijn ondermeer aangesloten: GGZ Nederland, MOGroep Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening, MEE Nederland, Korrelatie, Slachtofferhulp Nederland, Nederlands Jeugdinstituut en het Trimbos Instituut.