Terug naar overzicht

Niet ‘queer genoeg’? – Iris Buizer over bi+ zichtbaarheid en het doorbreken van stereotypes

Vandaag is het Bi Visibility Day, een dag om de bi+ gemeenschap in de schijnwerpers te zetten en het belang van bondgenootschap te benadrukken. 💜 Ondanks dat bi+ mensen de grootste groep vormen binnen de LHBTIQ+ gemeenschap, blijven zij vaak onzichtbaar door aannames en misverstanden over hun seksuele oriëntatie. Wist je dat maar liefst 11% van de mensen bi+ is?

In ons interview met Iris Buizer deelt Iris hoe ze haar weg vond binnen de LHBTIQ+ gemeenschap. Ze vertelt over de zoektocht naar haar identiteit en het gevoel van ‘tussen wal en schip’ vallen als je op meer dan één gender valt. Iris geeft waardevolle inzichten in de uitdagingen waarmee bi+ mensen vaak te maken krijgen en benadrukt waarom bondgenootschap en inclusiviteit zo belangrijk zijn.

Wil jij weten hoe je een goede bondgenoot kunt zijn? Kijk dan op de website van Bi+ Nederland voor tips over bi+ inclusieve taal, het doorbreken van stereotypes, en het creëren van een veilige ruimte waar iedereen zichzelf kan zijn.

“Het heeft even geduurd voordat ik me verbonden voelde met de LHBTIQ+ gemeenschap. Omdat ik op meer dan één gender val, heb ik me niet altijd thuis gevoeld in de queer community. Ik had vaak het gevoel dat ik niet ‘queer genoeg’  was. Als je als queer persoon op meerdere genders valt, kan het soms voelen alsof je tussen wal en schip valt. Voor mij was het dan ook een zoektocht om mijn plek binnen de gemeenschap te vinden.

Vroeger dacht ik dat je of hetero of lesbisch moest zijn. Er was weinig ruimte voor biseksualiteit of panseksualiteit, en rolmodellen die bi of pan waren, waren simpelweg niet zichtbaar voor mij. Het voelde alsof je moest kiezen. Omdat ik jongens leuk vond, dacht ik: ‘Oké duidelijk, ik val alleen op jongens.’ Pas toen ik leerde dat je niet hoeft te kiezen en dat je ook ergens daar tussenin mag bewegen, begon ik de ruimte te voelen om mijn queerness te ontdekken. Maar zelfs toen, terwijl ik sterk voelde dat ik niet hetero was, bleef ik twijfelen of ik wel ‘queer genoeg’ was. Ik zat toen in een relatie met een jongen en had nog nooit iets met een meisje gehad. Kon ik mezelf dan wel queer noemen? Het voelde alsof ik eerst iets moest ‘bewijzen’ voordat ik mezelf als queer kon identificeren, terwijl ik nu begrijp dat dat helemaal niet nodig is.”

“Vroeger dacht ik dat je of hetero of lesbisch moest zijn.”

Iris Buizer

“Toen ik voor het eerst in een queer relatie zat, dachten veel mensen dat ik lesbisch was geworden. Ze gingen ervan uit dat ik alleen nog maar op vrouwen viel. Elke keer dat mensen dat aannamen, voelde ik de drang om hen te corrigeren, omdat het niet klopte met hoe ik mezelf zag. Het voelde niet juist en het leek alsof ze maar een deel van mijn seksualiteit zagen. Dit is een veelvoorkomend probleem voor mensen die bi of pan zijn: vaak proberen mensen aan je relatie af te lezen wat jouw seksuele oriëntatie is. Er wordt dan vanuit gegaan dat je maar op één gender kan vallen. Dit heet de monoseksuele norm, en het is ontzettend schadelijk. Het laat weinig ruimte voor mensen die zich tussen de hokjes van hetero, homo of lesbisch bewegen.

Toch zie ik gelukkig een positieve verandering. Ik vind het mooi om te zien dat er steeds meer ruimte komt voor fluïditeit in de beleving van seksuele oriëntatie. Ik zie een nieuwe generatie die zich misschien minder snel laat labelen, omdat seksualiteit op zoveel verschillende manieren kan worden ervaren en omdat iedereen zich op een uniek punt op dat spectrum bevindt. Wat ik zelf zo mooi vind aan bi, pan, queer of fluïde zijn, is de vrijheid die het biedt om open te staan voor meerdere genders en mensen te waarderen om wie ze zijn, los van hun gender. Ik hoop dat het anderen inspireert om minder te focussen op hokjes en ruimte te geven aan de connectie met de persoon zelf.”